Osteopathie bij andere dieren

Het principe dat de osteopathie het lichaam als een eenheid beschouwt, geldt voor alle dieren. Het lichaam is opgebouwd uit verschillende systemen die met elkaar samenwerken en elkaar beïnvloeden. In de osteopathie wordt gewerkt met het principe dat alle structuren in het lichaam moeten kunnen bewegen. Deze beweeglijkheid kan heel klein zijn, maar wel noodzakelijk voor het normaal functioneren van een bepaalde structuur. De drie deelgebieden, die beschreven zijn bij ´het osteopatisch onderzoek´, zijn bij elk huisdier van toepassing. Natuurlijk zijn er voor elk dier specifieke aandachtspunten. Bij honden is er bijvoorbeeld veel variatie in bouw. Een bepaalde bouw kan een gevoeligheid voor bepaalde aandoeningen aan het bewegingsapparaat meegeven. Sommige rassen zijn gevoeliger voor het ontwikkelen van rugklachten dan het andere ras. Ook het viscerale systeem van hond en kat werken heel anders dan het viscerale systeem van het paard. Alleen al in het spijsverteringssysteem zijn al grote verschillen aan te tonen, zoals het gebit en de bouw van het maag-darmstelsel.
Een andere manier van doen van je kat of hond merk je vaak snel. Als je kat of hond niet lekker in zijn vel zit, uit zich dat vaak in bepaalde gedragingen of problemen. Veel van deze klachten kunnen door osteopathie beïnvloed worden.
Voorbeelden van problemen:

hormonale problemen, zoals schijnzwangerschap
slechte eetlust
frequent braken
regelmatig last van diarree hebben
aanhoudende stijfheid
moeizaam opstarten, (start) stijfheid
de hond rolt niet meer over zijn rug
plots niet meer geaaid of gebortsteld willen worden op een bepaalde plaats
rugproblemen
optrekken van een achterpoot tijdens het lopen
kreupel lopen
anaalklierproblemen
revalidatie na operatie of ziekte
moeilijker springen
pijnklachten bij artrose/ spondylose

Echter ook nu geldt: neem bij acute klachten eerst contact met de dierenarts op!



Osteopatische behandeling

De behandeling begint ook nu met een globaal onderzoek, waarbij het hele dier nagekeken wordt. Meestal wordt gekozen voor de houding waarin het dier zich het meest prettig voelt op dat moment. Wanneer er blokkades ontdekt worden, kan het dier middels zachte manuele technieken behandeld worden. De meeste dieren laten dit probleemloos toe. Ook nu is het noodzakelijk dat het dier na de behandeling even rustig aan doet. Honden kunnen natuurlijk wel worden uitgelaten, maar wild spelen met andere honden en fanatiek trainen worden afgeraden. Vaak merkt de eigenaar dat de hond na de behandeling een paar dagen moe is en zelf meer rust neemt.
De behandelduur is iets korter dan bij het paard, meestal een half uur. Daarnaast is het vaak nodig iets frequenter te behandelen, afhankelijk van de klacht. Gemiddeld genomen kan na drie tot vijf behandelingen het resultaat van de behandeling worden geëvalueerd. Honden en katten worden in principe aan huis behandeld.