Osteopathische behandeling

Na het globale onderzoek kan er nog een specifiek onderzoek nodig zijn, waarbij bijvoorbeeld de beweeglijkheid van de rug nauwkeuriger wordt bekeken. De behandeling is gericht op het verhelpen van de bewegingsbeperkingen. Voor de behandeling kunnen verschillende specifieke behandeltechnieken worden toegepast. Zo kunnen geblokkeerde wervels gemanipuleerd worden door middel van zachte technieken. Bij deze manipulaties worden geen hamers of andere gereedschappen gebruikt. In de osteopathie worden met name zachte, manuele technieken gebruikt. In sommige gevallen kan een laserbehandeling ook noodzakelijk zijn. Door de plaatsing van de handen zullen gespannen spieren en verkrampte weefsels ontspannen. Tevens kan er invloed uitgeoefend worden op de functie van de organen. In het algemeen duurt een osteopathische behandeling ruim een uur. De behandeltijd is erg afhankelijk van de aard van de klacht. Het valt op dat de meeste paarden tijdens de behandeling erg rustig blijven of zelfs indommelen.
In de praktijk wordt het paard meestal in zijn eigen stal behandeld. Er is dus geen rijbak of longeercirkel nodig. Indien het wel aanwezig is, kan het in sommige gevallen nuttig zijn, maar dit is dus geen ´must´. Het paard hoeft ook niet gereden te worden. Enkel een halster en goed touw is nodig.

Aandachtspunten vóór de behandeling:
Voor een osteopathische behandeling is het belangrijk dat het paard niet bezweet of nat is, De beste resultaten worden bereikt als de spieren in hun normale ruststand zijn, dus niet opgewarmd. Het paard kan wel bereden worden voor de behandeling, maar er moeten wel enkele uren zijn tussen het rijden en de behandeling. Hetzelfde geldt voor een behandeling buiten de stal: het paard moet droog zijn en niet nat van de regen.

Aandachtspunten nà de behandeling:
Over het algemeen is rust na de behandeling nodig om het paard zijn evenwicht weer te laten hervinden en de behandeling te laten doorwerken. De duur van de revalidatie na de behandeling hangt af van veel factoren, zoals het gebruik van het paard, de leeftijd, de oorzaak en de zwaarte van het letsel en het type of de aard van de sport. Zo heeft bijvoorbeeld een jong, slungelig paard wat meer de tijd nodig om zijn evenwicht weer te hervinden (laat staan mèt ruiter op zijn rug) dan een wat meer ervaren paard. Aan de andere kant heeft een oud paard ook weer wat meer tijd nodig om zijn balans te vinden dan een paard dat in de bloei van zijn leven is.

Over het algemeen worden er drie fases onderscheiden:
fase 1 (de eerste week na de behandeling): rust
Het paard mag niet bereden of ingespannen worden. Wel is het goed om het paard enkele uren per dag vrij te laten bewegen in bijvoorbeeld het weiland of in een paddock. Tijdens deze fase is het raadzaam de voeding aan te passen (minder krachtvoer) omdat het paard minder verbruikt. Voldoende hooi en vers water zijn wel nodig om de afvalstoffen beter af te voeren.
fase 2 (2e week na behandeling)
In deze week mag er weer een start gemaakt worden met het (ingespannen) rijden. In deze fase is het belangrijk om ontspannen voorwaarts-neerwaarts te rijden. Het paard moet zijn rug weer goed leren te gebruiken tijdens het werk, maar wel op een ontspannen manier. Laat het paard veel stappen. Stap is een gang die mobiliserend werkt voor de wervelkolom.
fase 3 (3e week na behandeling)
In deze fase kan de training weer verder opgebouwd worden. Het lichaam heeft nu de kans gehad om zijn lichaam te ontdoen van afvalstoffen en verzuringsproducten. Vanuit de ontspanning kan je weer beginnen meer van het paard te vragen en de training weer opbouwen naar je trainingsniveau.

Dit zijn algemene richtlijnen. Voor elk paard kan een andere (langzamer of juist snellere) opbouw aan te raden zijn. De behandeling kan ongeveer zes weken doorwerken. Dit betekent dat er bij sommige paarden direct de inwerking van de behandeling gemerkt kan worden, in andere gevallen duurt dit wat langer. Je kan dus merken dat het paard na een maand nog steeds fitter en beter wordt.
Na de afgesproken tijd (meestal zes weken) is het aan te raden weer contact op te nemen om de afgelopen tijd te evalueren. Er kan dan ook overlegd worden of er een vervolgbehandeling noodzakelijk is.
Bij veel paarden is een behandeling voldoende. Het resultaat van de behandeling hangt af van de aard en de duur van de klacht, de leeftijd van het paard, de sportdiscipline, de voorgeschiedenis van het paard, enz. Omdat de osteopaat op zoek gaat naar de oorzaak van de klacht, en niet alleen de locale klacht behandeld, is de impact op het lichaam veel groter. Het paard wordt weer in evenwicht gebracht en gaat zijn lichaam nadien evenwichtiger gebruiken. In de praktijk is het dan ook praktisch om na een aantal weken weer contact op te nemen om af te spreken òf en zoja wat er nog verder moet gebeuren.

Aandachtspunten bij drachtige merries:
Als osteopaat wil ik geen onnodig risico nemen. Daarom raad ik het af om de merrie gedurende de eerste drie maanden van de dracht te behandelen. Pas als de vrucht goed ingenesteld is, kan het paard weer behandeld worden (tot ongeveer de tiende maand).